Geluidsopties - Handleiding Light Alloy

7.1  Geluidsopties

Volumeregeling

In de geluidsvolumeregeling in Light Alloy zijn twee functies samengevoegd:

  • goede regulering van het geluid;
  • softwarematig het geluid versterken op een schaal van meer dan 100%.

Met softwarematige versterking kunt u het geluid heel hard maken. Alleen wordt de geluidskwaliteit dan slechter. Om deze versterking uit te schakelen, gaat u naar Instellingen > Geluid > Algemeen [tab] en stelt u bij Maximale volumeniveau en volumeversterking respectievelijk 100% en 0 dB in (zie de schermafbeelding onder het kopje Algemene geluidsopties).

Schakelen tussen audiosporen

Via het contextmenu van de knop Geluidsopties kunt u een overzicht van alle beschikbare audiosporen zien, en kunt u (indien meerdere audiosporen beschikbaar zijn) schakelen tussen audiosporen.

Contextmenu van knop Geluidsopties

U kunt ook schakelen tussen audiosporen met de sneltoets /.

Geluidsoptiesvenster

Als u op de knop Geluidsopties klikt, krijgt u het volgende venster te zien:

Geluidsoptiesvenster

In dit venster kunt u het geluid aanpassen voor het bestand dat wordt afgespeeld.

Als u de optie Ingebouwde audiosignaalverwerking inschakelen niet aanvinkt, zal de speler het audiospoor afspelen zonder verdere aanpassingen. Als u deze optie inschakelt, kunt u aanvullend de equalizer (toonregelaar) en geluidsnormalisering gebruiken en herstellen, de balansinstelling aanpassen en het geluid verschuiven ten opzichte van de video. Ook zal in dat geval de toonhoogte niet wijzigen als u de afspeelsnelheid wijzigt.

Normalisatieopties

In het uitrolmenu vindt u de volgende opties voor normalisatie van het geluidsniveau:

  • Standaardnormalisatie - evenredige versterking van het gehele signaal tot een zo hoog mogelijk gemiddeld geluidsniveau.
  • Alternatieve normalisatie - werkt grotendeels hetzelfde als de standaardmethode, maar met enkele verschillen in paramaters en algoritme.
  • Compressie – verkleint het dynamisch bereik (dat is het verschil in decibels tussen het zachtste en hardste deel van het geluidssignaal) door proportionele geluidsversterking, waarbij de zachtste passages meer en de hardste passages minder worden versterkt. Compressie wordt gecombineerd met pieknormalisatie: dat is een evenredige versterking van het gehele signaal tot het niveau waarbij de pieken in het signaal het maximaal toegestane niveau bereiken; dit is de maximumversterking van het geluidssignaal waarbij het geluid niet overstuurd raakt.
  • Nivellatie - verzacht geleidelijk alle geluid boven een vooraf bepaald niveau, en herstelt geleidelijk het volume als het geluid onder dit niveau komt. Nivellatie wordt eveneens gecombineerd met pieknormalisatie (zie: compressie).

Overige opties

In dit venster kunt u verder:

  • ongelijke volumeniveaus normaliseren;
  • dynamische volumeversterking instellen waarbij rustige geluiden meer worden versterkt dan hardere (als de standaardnormalisatie is ingeschakeld);
  • het geluid synchroniseren met video door het geluid voor- of achteruit te verschuiven;
  • het klankspectrum aanpassen door met de equalizer de geluidsfrequenties te wijzigen (als u equalizer heeft ingeschakeld);
  • en andere voor de hand liggende dingen regelen.

Algemene geluidsopties

Algemene geluidsopties vindt u in Instellingen > Geluid > Algemeen [tab].

Instellingen > Geluid > Algemeen [tab]

U kunt hier de stapgrootte van de volumewijziging aangeven in procenten, de standaard audiotaal instellen, en soortgelijke instellingen die - als ze eenmaal zijn ingesteld - meestal niet meer veranderen.

Uitgebreide volumeregeling

Instellingen in het rode kader worden gebruikt voor het aanpassen van het gebruikelijke volumebeheer:

  • volumestap is de grootte van de volumeverandering per muisklik of muiswielbeweging;
  • het maximale volumeniveau (%) bepaalt de schaalgrootte van de volumebalk en is alleen van invloed op de positie van de schuifregelaar, niet op de versterking (dB);
  • de maximale volumeversterking (dB) bepaalt de mate van softwarematige volumeversterking boven de 100%.

Voorbeeld: als de maximale volumeversterking 2.0 dB is en het maximale volumeniveau 300%, dan wordt maximale volume geïnterpoleerd ten opzichte van het huidige volume als dit hoger dan 100% is. Een volumeniveau van 150% komt overeen met een volumeversterking van 0,5 dB, en 200% met 1.0 dB, enzovoort.

Let op:

  • De uitgebreide volumeregeling kan alleen worden gebruikt als in het venster Geluidsopties de optie Ingebouwde audiosignaalverwerking inschakelen is ingeschakeld.
  • De uitgebreide volumeregeling kan worden in/uitgeschakeld door met de rechtermuisknop te klikken op de volumebalk.

De opties voor audio-uitvoer vindt u in Instellingen > Geluid > Uitvoer [tab]:

Instellingen > Geluid > Uitvoer [tab]

Opmerking: u kunt hier ook een geluidsbank selecteren voor het afspelen van MIDI-bestanden.

Audio-uitvoer

Bij Instellingen > Geluid > Uitvoer [tab] ziet u bij Standaardapparaat voor afspelen van audio en audiosporen in het uitrolmenu verschillende benamingen van audio-uitvoerinterfaces. Bijvoorbeeld WaveOut, DirectMusic, DirectSound, WASAPI en ASIO.

Audioapparaat

Wat deze begrippen betekenen, wordt hieronder uitgelegd. Maar om deze begrippen goed te begrijpen is het nodig eerst de architectuur van het audiosubsysteem te bespreken van enerzijds Windows XP en anderzijds Windows Vista en Windows 7.

Architectuur audiosubsysteem

Windows XP

Hier is een voorbeeldschema van het audiosubsysteem van Windows XP

Audiosubsysteem Windows XP

Voordelen van DirectSound ten opzichte van MME (Multimedia Extensions) zijn de directe toegang tot de hardwarebronnen van de geluidskaart inclusief de geluidskaartmixer en een korte reactietijd ("latency"). Maar deze mogelijkheden zijn afhankelijk van de gebruikte stuurprogramma’s. Slechte stuurprogramma’s kunnen leiden tot geluidsvervorming als gevolg van de Wave-controller (in Kmixer) en als gevolg van slecht geprogrameerde overbemonstering (oversampling) of andere ongewenste processen.

Windows Vista en Windows 7

Onder Windows Vista werd de architectuur ingrijpend gewijzigd en werd een volledig nieuw subsysteem voor de audio-invoer/uitvoer ontworpen. Daarbij is de ondersteuning van directe toegang tot de hardware komen te vervallen. Zie onderstaand voorbeeldschema:

Audiosubsysteem Windows Vista

Audio-uitvoerinterfaces

Kernel-streaming

Kernel-streaming is de manier waarop het Windows-besturingssysteem audio overdraagt. Kernel-streaming stuurt de audio van de mediaspeler naar het stuurprogramma van de audio. De kernel-streaminglaag van de audio-overdracht mixt ook Windows-geluiden of meerdere audiosignalen.

Er zijn verschillende kernel-streaming-methodes. Een aantal van deze methodes worden hieronder nauwkeuriger beschreven. Helaas kan dit gedeelte van de audioketen het audiosignaal verslechteren. De onderstaande tekst beschrijft de verschillende manieren om audio via de kernel te streamen en welke manieren de minste vervorming/interferentie veroorzaken.

WaveOut

WaveOut is een verouderde API die slechts is behouden voor compatibiliteit met programma's die zo oud zijn dat ze niets eens wisten van het bestaan ​​van zoiets als DirectSound. Maar met de release van Windows 2000 en later WinXP werd WaveOut, als onderdeel van de MME, opgenomen in de ondersteuning van het Windows Driver Model (WDM) voor compatibiliteit met oudere applicaties, en is DirectSound uitgegroeid tot de belangrijkste interface. Vanaf Windows Vista is ondersteuning van MME volledig gestopt...

DirectMusic

DirectMusic is een verouderd onderdeel van de Microsoft DirectX API. DirectMusic maakt het mogelijk muziek en geluidseffecten te componeren en af te spelen en levert flexibele interactieve controle over de manier waarop het wordt afgespeeld. Architectonisch is DirectMusic een high-level set van objecten, gebouwd boven DirectSound, die het mogelijk maakt om geluid en muziek af te spelen zonder te beschikken over een behoorlijk laag niveau zoals DirectSound. DirectSound zorgt voor de opname en weergave van digitale signaalmonsters, terwijl DirectMusic werkt met bericht-gebaseerde muzikale gegevens. Muziek kan worden gesynthetiseerd in hardware, in de Microsoft GS Wavetable SW Synth, of in een aangepaste synthesizer.

DirectSound

Dit is de meest voorkomende/gebruikte manier van kernel-streaming en de standaard voor vrijwel alle mediaspelers, ongeacht het besturingssysteem. Via DirectSound kan Windows meerdere stromen afspelen van verschillende applicaties. DirectSound werkt als een tussenlaag tussen de Windows-toepassingen en stuurprogramma's. Het neemt geluid uit verschillende toepassingen en bemonstert alle geluid tot één stroom en zend deze vervolgens naar de audiostuurprogramma’s.

De keerzijde van deze aanpak is dat we nooit krijgen wat we eigenlijk afspelen. Als u bijvoorbeeld een geluidsbestand afspeelt op 192 kHz, 24 bit, dan zal Windows dit waarschijnlijk bemonsteren in 44 kHz, 16 bit, samen met andere geluiden op de machine. DirectSound bemonstert automatisch de geluidsstroom tot de bemonsteringsfrequentie die wordt ondersteund door de audiohardware.

Onder Windows XP is het mogelijk om met deze methode relatief weinig vervorming te krijgen, met een bemonsteringsfrequentie die dynamisch wordt aangepast. Vanaf Windows Vista wordt DirectSound geëmuleerd door WASAPI. U doet er goed aan om DirectSound onder Vista en Windows 7 te vermijden omdat dit aanzienlijk meer vervorming veroorzaakt. De bemonsteringsfrequentie wordt vastgezet op een vooraf bepaalde uitvoersnelheid die je kunt instellen bij de geavanceerde opties van de audioapparaten in de Windows-geluidsinstellingen.

WASAPI

Windows Audio Session Application Programming Interface (WASAPI) is de meest recente kernelstreaming-methode en werd gelanceerd als vervanger van DirectSound. Via WASAPI kan de toepassing vragen om exclusieve toegang tot de geluidskaart en kan het de geluidsstroom rechtstreeks naar de geluidskaart sturen. In dit geval moet de toepassing alle herbemonstering afhandelen indien de bemonsteringsfrequentie van de afgespeelde audio niet wordt ondersteund door de geluidskaart.

WASAPI biedt twee modi om mee te werken: gedeelde modus en exclusieve modus. De gedeelde modus werkt hetzelfde als DirectSound en de Windows-audiomixer doet de herbemonstering en het mixen. In de exclusieve modus omzeilt WASAPI de Windows-audiomixer en kan de toepassing rechtstreeks gegevens verzenden naar de geluidskaart. In deze modus kan de toepassing de formaten zoals DTS, DTS Master Audio, Dolby True HD, Dolby digital, Flac enzovoort decoderen en de ongewijzigde stroom naar geluidskaart sturen.

Naast de verschillende modi is ook van belang hoe WASAPI de gegevens tussen buffers beheert. WASAPI gebruikt een push- en een pull-methode om gegevens te vragen die moeten worden verwerkt. In de push-modus duwt de toepassing de gegevens naar de buffers en monitort het voortdurend, en zodra het ziet dat de buffer leeg raakt, vult het deze opnieuw. In de pull-modus, wat een modernere techniek is, gebruikt de toepassing twee buffers. De audiostuurprogramma’s geven een signaal aan de toepassing zodra de buffer leeg is en begint dan met de gegevens van de andere buffer. In de tussentijd vult de toepassing de lege buffer.

In Windows Vista en Windows 7 heeft het gebruik van WASAPI de voorkeur boven DirectSound.

ASIO

Audio Stream Input/Output (ASIO) is een andere manier om audio over te dragen, maar het is geen kernel-streaming. ASIO werd ontwikkeld door Steinberg Ltd. om een gedeelte van de reguliere audioketen voor het afspelen van audio via het Windows-audiosubsysteem over te slaan (inclusief de Kernel Mixer en de vervorming die deze veroorzaakt). Dit zorgt voor een directe manier om de geluidskaart aan te spreken, wat resulteert in een perfect audiosignaal tot 24-bit/192 kHz met een korte reactietijd en zonder conversie van de bemonsteringsfrequentie.

Let op:

  • Een professioneel audioapparaat met eigen ASIO-stuurprogramma presteert meestal beter dan wanneer u ASIO4ALL gebruikt met een generieke geluidskaart. Specifieke geluidskaarten die speciaal voor het opnemen en produceren van muziek ontworpen zijn hebben doorgaans een betere geluidskwaliteit, betere prestaties en worden geleverd met ASIO-stuurprogramma's die zijn ontworpen voor het apparaat.

Interfacekeuze

Kies de beste geluidskwaliteit voor uw hardware in deze volgorde:

  1. gebruik ASIO als uw geluidskaart een eigen ASIO-stuurprogramma heeft;
  2. gebruik anders WASAPI-exclusief (alleen op Windows Vista of nieuwer);
  3. gebruik anders Kernel-streaming, als het werkt;
  4. als geen van de bovenstaande mogelijk is, gebruik dan DirectSound of WaveOut. Geen van deze bieden hardware directe uitvoer, dus kies op basis van de prestaties.